Wie is Gerard Bodifee

CV

 

Gerard Bodifee (° 1946) studeerde scheikunde en natuurkunde aan de universiteiten van Antwerpen, Gent en Brussel. Hij is doctor in de wetenschappen (Vrije Universiteit Brussel). Hij verrichtte onderzoek op het gebied van het ontstaan van sterren en de evolutie van sterrenstelsels.

Hij heeft gewerkt in de industrie, in het onderwijs en in de media, en is op dit ogenblik zelfstandig auteur. In 1999 richtte hij het Huis voor Filosofie op, in het kader waarvan hij cursussen geeft in binnen- en buitenland.

Hij publiceerde een twintigtal boeken over onderwerpen op het domein waar wetenschap, filosofie en religie elkaar raken.

Hij is gehuwd met Lucette Verboven.

Waarom?

Waarom ik een platonist ben

Plato beschrijft de wereld als een onvolkomen verschijningsvorm van een volkomen werkelijkheid. De wereld is meer een 'worden' dan een 'zijn'. In zoverre zij tot 'zijn' kwam, dat wil zeggen in zoverre zij bestaat, is de wereld goed, maar haar onvolkomenheden en vergankelijkheid verraden haar onvoltooide staat. De menselijke geest dient zich op de onvergankelijke, volmaakte wereld van het 'zijn' te richten. Bij deze visie sluit ik me aan. Plato's filosofie geeft een verantwoording (eerder dan een verklaring) voor het bestaan, en zij biedt het een perspectief dat voorbij de begrenzingen van het eigen persoonlijke leven reikt.

Waarom ik een democraat ben

De menselijke persoon is, in beginsel, soeverein. Hij is in staat te beslissen, initiatieven te nemen en de verantwoordelijkheid voor de eigen handelingen te dragen, althans tot op zekere hoogte. Dat is zijn natuur en zijn waardigheid. Wetten leggen beperkingen op aan deze intrinsiek juiste werkelijkheid, maar wetten zijn noodzakelijk om het samenleven van meerdere personen te ordenen. In een democratie wordt geen illegaliteit geduld, maar verder wel elke vorm van vrijheid en verschil van mening. Op die manier kan elke burger essentieel zichzelf blijven. Zo beantwoordt de democratie het best aan de wezenlijke natuur van de mens.

Waarom ik conservatief ben

Alles hangt af van de betekenis van de woorden. Als 'conservatief' behoudsgezindheid betekent, meer bepaald voor wat betreft culturele en morele waarden, beschouw ik mezelf als zodanig. Sinds de jaren zestig van de vorige eeuw is de West-Europese samenleving in een stroom van progressiviteit terechtgekomen waardoor waardevolle tradities en diepgewortelde levensopvattingen in de verdrukking kwamen en vaak zelfs niet meer getolereerd worden. Op dit ogenblik is daarom nood aan een zekere behoudsgezindheid. De tijd voor een conservatieve reflex lijkt me aangebroken. Later kunnen we dan wellicht weer wat meer progressief zijn.

Waarom ik een pacifist ben

Oorlog is een grootschalig, georganiseerd geweld. Het uitvechten van conflicten op deze manier verwoest niet alleen mensenlevens, maar de menselijkheid zelf. Het mens-zijn is gebaseerd op het vermogen de dierlijke natuur te overstijgen door een gedrag aan te nemen dat zich eerder laat leiden door humane overwegingen dan door de oude biologische instincten. In de dierlijke natuur (waarin de menselijke natuur haar oorsprong heeft) zetten natuurlijke instincten aan tot agressie en verovering van macht en bezit. In een humaan leven worden deze oude krachten vervangen door een streven naar wederzijdse redelijkheid en de bekommernis om het welzijn van iedereen. Waar dat doel gerealizeerd wordt, ontwikkelt zich een leven gebaseerd op mededogen, solidariteit en mildheid. Oorlog is een gruwel uit een bestiaal verleden.

Waarom ik optimistisch ben

Wat bestaat is goed. Het kwaad is de ervaring van wat ontbreekt aan het bestaan. Dat is mijn overtuiging en die bepaalt mijn visie op de werkelijkheid. Het goede verricht noodzakelijk het goede (zoniet zou het niet goed zijn) en het behoort dus tot de natuurlijke dynamiek van het goede om zich te vermeerderen. Dat betekent dat het 'zijn' zich van nature uitbreidt. De wereld groeit en ontwikkelt zich. Het kwade is per definitie datgene wat ongewenst is. Dat betekent dat het kwaad vanuit zijn eigen aard de tegenkrachten oproept die het trachten weg te nemen. Een stelselmatige vermindering van het kwaad en vermeerdering van het goede bepalen dus onvermijdelijk de ontwikkeling van de wereld. Het goede vermeerdert zich uit zichzelf, het kwade bewerkt zijn eigen vermindering.

Waarom ik een christen ben

Geboren uit christelijke ouders en opgegroeid in een christelijke cultuur voel ik mij erfgenaam van een groot goed. Ik neem de erfenis in dankbaarheid aan. Het christendom vertegenwoordigt niet alleen een schat aan kunst, filosofie en literatuur, het brengt vooral ook de religieuze gedachte tot uitdrukking van de nauwe band die bestaat tussen God en mens. De mens is beeld van God, en God is mens geworden. Dat is de kern van het christelijk geloof. God is het totale 'zijn'. De christen leeft in een vertrouwen op God, hetgeen betekent dat hij zijn vertrouwen aan het bestaan zelf schenkt. Het beeld dat de christen zich van God vormt is dat van een persoon, een allesomvattend, eeuwig 'ik'. Deze persoon toont zich in de gedaante van Christus, de volkomen goede mens. Naar deze goedheid verlangt de christen.

Waarom ik muziekliefhebber ben

Muziek spreekt aan op drie manieren: esthetisch, gevoelsmatig en intellectueel. Muziek is mooi (of niet mooi) en is daardoor een bron van intens (maar niet verzekerd) esthetisch genot. De gevoelsmatige impact die muziek kan hebben is, wat mij betreft, sterker dan die van elke andere kunstvorm. Muziek beroert de diepste lagen van het gemoed, alsof zij iets herkenbaar maakt van wat mensen ten diepst met elkaar verbindt. Het intellectueel plezier dat muziek verschaft, bestaat sinds Pythagoras ontdekte dat muziek pure mathematica is. Vreemd hoe getallen zo levend worden als ze via het gehoor binnendringen. Muziek ontroert me en verbaast me.

Waarom ik astrofysicus ben

Wetenschap is een vorm van zorgvuldig kijken naar de wereld waarin we ons bevinden. Met de zintuigen observeren we de verschijnselen, met het verstand interpreteren we wat we zien. Het resultaat is een fascinerend beeld van de werkelijkheid, waarin waarheid en schoonheid samengaan. De astrofysica bestudeert de sterren en sterrenstelsels en slaagt erin om deze te beschrijven en (tot op zekere hoogte) te verklaren op basis van enkele fundamentele wetten waaraan de hele natuur gehoorzaamt. Niets bevredigt de menselijke geest zo intens, als het besef dat hij in staat is te begrijpen wat hij waarneemt.