Gerard Bodifee
Galerij
Boeken
Lezingen
Huis voor Filosofie
CNG
Persoonlijk
Contact
Lucette Verboven
Tot Bestaan Bestemd
 
Tot Bestaan Bestemd 

Over de weg die het niets met het zijn verbindt 



Het boek handelt over het evolutieproces dat zich voltrekt waar het leven, en in het bijzonder het menselijke leven, de lange weg gaat van zijn oorsprong naar zijn ultieme bestemming. De behandeling van dit thema onderscheidt zich van die in de bestaande literatuur doordat de ontwikkeling van het leven opgevat wordt als een graduele uitbreiding van het "zijn" zelf, in al zijn aspecten en verschijningsvormen. De tijd wordt niet slechts behandeld als dimensie waarin de processen zich voltrekken, maar ook als een aspect van de nog onvoltooide staat van het "zijn". De beschrijving en interpretatie van het ontwikkelingsproces gebeurt op meerdere niveaus. Vanuit wetenschappelijk oogpunt bieden de fysische mechanismen een verklaring voor de stucturen die te voorschijn komen. Een metafysische beschouwing leert dat de groei en uitbreiding van het "zijn" resulteert in een geleidelijke opheffing van de tijd. Het religieus bewustzijn herkent hierin de opgang van de nog onvoltooide schepping naar de voltooide werkelijkheid van een volkomen "zijn".

 Uitgeverij  Pelckmans, Kapellen, België            
 Uitgave  2003
 ISBN  90 289 3366 2
 Omvang  120.779 woorden
 351 bladzijden


Inhoud

Inleiding

Deel I   Het menselijk initiatief

1    Een grondslag van schuld
2    Een gerechtvaardigd bestaan
3    Voorbij de schuld
4    Maar als de schade nog groter wordt

Deel II   Het verschijnen van de tijd

5    De schepping verteld
6    En God zag dat het goed was
7    Het verborgen begin
8    Heel de tijd
9    Tussen bron en bestemming
10   Verloop van tijd
11   Toon, ritme, tempo
12   Het huidige nu

Deel III   Het verdwijnen van de tijd

13   De onvergankelijkheid van het vergankelijke
14   Stoffelijk en goddelijk
15   De tijdelijkheid van de tijd
16   De weg
17   Het eeuwige nu

 

Uittreksels

...
De vraag naar het doel van het bestaan wordt bij omkering die naar de oorsprong van het bestaan. Het mysterie spiegelt zich in zichzelf. Waartoe besta ik? Vanwaar kom ik? Beide vragen staan wijd tegenover elkaar maar laten zich ook niet van elkaar losmaken. Ze vloeien zelfs in elkaar over omdat ze samen de ene allesomvattende rand aanraken van dit begrensde bestaan. Zo natuurlijk zijn ze verbonden, dat ze zich tot één enkele vraag laten herleiden: welke weg verbindt het ‘niets’ met het ‘zijn’? (blz. 9)
...

...
Er is veel meer wat wij niet zijn en niet ervaren dan wat wij wel zijn en wel ervaren. Door iets te zijn, is men al het overige niet. ‘Iemand zijn’ is daarom altijd méér een niet-zijn dan een zijn. In het niet-zijn ligt zelfs de voorwaarde om als ding of als individu te bestaan. Het is slechts mogelijk iets of iemand te zijn door zich van al het overige te onderscheiden, wat wil zeggen, door al het overige niet te zijn. [...] Het niet-zijn behoort altijd tot de ervaringen van het zijn-als-individu, maar niet het ‘niets-zijn’. Wie bestaat, is altijd iets. Niet niets. (blz. 185)
...

...
De band tussen vorm en inhoud is het hechtst waar de kunst het puurst is. Hij bereikt de onverbrekelijkheid van de eenheid in de zuiverste van alle kunsten, de muziek. (blz. 235)
...

...
Alles wat ontstaan is in de loop van de tijd is vergankelijk omdat het ook vergaat in de loop van de tijd. Maar alles wat ontstaan is, is ook onvergankelijk omdat het feit dat iets tot stand gekomen is, nooit meer ongedaan gemaakt kan worden. Wat geweest is, kan niet meer niet-geweest zijn. Het neemt voorgoed zijn plaats in binnen het geheel van de gebeurtenissen die zich in de loop van de tijd hebben (en zullen hebben) afgespeeld. Nooit kan de tijd omkeren om het gebeurde weer ‘ongebeurd’ te maken. In het allesomvattende universum, waarin de wereld in al haar uitgestrektheden, ook in haar hele tijdsdimensie, vervat ligt, is alles wat ooit tot bestaan kwam onwegneembaar aanwezig. Elk ding en elke beweging en elke gedachte die ooit plaatsvonden, hebben daarin hun definitieve plaats. (blz. 278-279)
...

...
Wijn is een roesverwekkend en genotbrengend sap, een streling voor de zinnen. Wijn schenkt de mens vreugde. Wijn is het symbool an de vreugde. Het verhaal van de bruiloft van Kana gaat over de schepping van de vreugde van de wereld. (blz. 320)
...

...
God heeft het heelal niet gewild. Wie het tegendeel meent, ontneemt de woorden hun betekenis. Want wat anders kunnen we onder God verstaan dan het volkomene, en hoe zou het volkomene iets kunnen willen? Wie iets wil, mist iets. [...] Nee, het omgekeerde is het geval: het heelal verlangt naar God. Deze onvolmaakte, onvoltooide wereld streeft naar haar voltooiing. Alles wat leeft, van de eenvoudigste plant tot de rusteloze mensheid, geeft in zijn activiteiten dit verlangen te zien. Het is de drang tot ‘zijn’. [...] Het eindddoel van al het streven kan niets minder zijn dan het volkomen, onsterfelijke, volmaakte bestaan, de vervulling van al het verlangde, de totale verdwijning van het lijden, het gemis, het kwaad in al zijn vormen. (blz. 321-322)
...

...
Als de tijd een stroming is, dan is de eeuwigheid de stroom zelf. Voor wie ergens tussen bron en monding het water voorbij ziet vloeien, is alles onophoudelijk in beweging. Het water komt en gaat, niets blijft. Maar wie de stroom zelf overschouwt, ziet het geheel en weet dat er niets verdwijnt en niets vergaat. (blz. 322)
...

...
De vraag of God bestaat is een verkeerd gestelde vraag. God is het bestaan zelf. Hij is het volle bestaan. [...] Veeleer moet worden gevraagd: in welke mate bestaan wij? In hoeverre bestaat deze wereld? [...] In zoverre van het tijdelijke gezegd wordt dat het bestaat, maakt het een deel uit, hoe beperkt ook, van het volle bestaan dat God is. Niet God bestaat in deze wereld, maar de wereld in God. (blz. 326)
...

  
 


Deze site werd gemaakt met TwoStepWeb v1.7  | Inhoud door Bodifee Verboven  | Alle rechten voorbehouden  | Gebruiksvoorwaarden